

De ETU beschikt over drie laser Tachymeters voor de optische afstandmeting bij alle werp- en spring onderdelen. Een Tachymeter maakt gebruik van infrarood licht en zoekt automatisch de spiegel in het veld op.
Door de speciale software is de snelheid van meten een verademing voor de juryleden en de atleten, alsmede bij het opstellen van een chronologisch overzicht (tijdschema). Met een goede jury kunnen er 100 metingen per uur gehaald worden. De mogelijkheid bestaat om de sectoren van de werponderdelen goed uit te zetten en te controleren. Dit laatste alleen in overleg met Ruud Kamp, onze landmeetkundige.
De werkwijze tijdens de werp- en springonderdelen is als volgt:
Eén of twee van de juryleden (eventueel met een portofoon) die in het veld staan om de geworpen of gesprongen afstand vast te stellen, hebben een staaf - met onderaan een spiegel en waterpas gemonteerd - bij zich. Dat jurylid plaatst de punt van de stok, conform het reglement van het betreffende nummer, op de dichtstbijzijnde indruk waar het werpobject het eerst de grond raakt of van de dichtstbijzijnde indruk van het lichaam of ledematen in de landingsbak. Hierbij dient er op gelet te worden dat de bel in het waterpas midden in het kader staat en de spiegel in de richting van het meetinstrument gericht is. Daarna verrichten wij de meting met de Tachymeter. De geworpen of gesprongen afstand wordt door ons hardop (eventueel ook via een portofoon) vanaf het instrument voorgelezen, waarna het jurylid dat de afstand noteert deze hardop herhaalt. Als er gebruik wordt gemaakt van een uitslagen display kan het jurylid, atleten en toeschouwers de afstand hierop aflezen. Als de afstand op het display verschijnt mag het jurylid in het veld zijn/haar plaats verlaten.
In de software is al rekening gehouden met de halve diameters van de discus en kogelring en de straal van het speerwerpen. Ook voor het hink- stap- springen zijn de diverse balkafstanden reeds in de EDM software geïmplementeerd. Het handmatig nog moeten verwerken van de gemeten afstanden is dus niet meer nodig waardoor de snelheid van meten nog extra wordt verhoogd.
Voor het plaatsen en instellen van het meetinstrument hebben wij ca. 20 minuten nodig. Voor het instrueren van de jury en een proefmeting met de scheidsrechter en/of wedstrijdleider hebben wij ongeveer 5 minuten nodig. Dit is ook van toepassing voor het verplaatsen van het meetinstrument van het ene onderdeel naar het andere onderdeel.